farm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • farm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord farm farms
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

farm m

  1. grootschalig particulier landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boerderijen in het buitenland of boerderijen met ongewone producten.
    • De chef is zelfs uitgebroede struisvogeleieren bij de farm gaan halen om z’n eitjes in te serveren (hoe sympathiek is dat?). [2]
    • Help! Ik zit op een farm in de buurt van Mitchell en word slecht behandeld. Is er toevallig iemand in de buurt die wat voor me kan betekenen? [3]
Synoniemen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
46 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudfranse ferme.
enkelvoud meervoud
farm farms

Zelfstandig naamwoord

farm

  1. boerderij
Verwante begrippen