Naar inhoud springen

Firma

Uit WikiWoordenboek

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Fir·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Italiaanse zelfstandie naamwoord firma, dat van het Latijnse werkwoord firmare komt
enkelvoud meervoud
nominatief die Firma die Firmen
genitief der Firma der Firmen
datief der Firma den Firmen
accusatief die Firma die Firmen

Zelfstandig naamwoord

Firma, v

  1. (economie) firma
    «Die Mutter von Charlotte Sophie leitet die Firma mit Erfolg.»
    De moeder van Charlotte Sophie leidt de firma met succes.
  2. (economie) handelsnaam