ferme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fer·me

Bijvoeglijk naamwoord

ferme

  1. verbogen vorm van de stellende trap van ferm


Frans

Werkwoord

vervoeging van
fermer

ferme

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van fermer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van fermer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van fermer