drop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drop
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘druppel’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2] [3] [4]
1 enkelvoud meervoud
naamwoord drop droppen
verkleinwoord dropje dropjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord drop drops
verkleinwoord dropje dropjes

Zelfstandig naamwoord

drop v/m/o

  1. zwart gekleurd snoepgoed gemaakt van o.a. zoethoutextract, bindmiddel, suiker. (jap: Vlaams).
  2. (badminton) slag waarmee de shuttle vlak achter het net wordt gespeeld
    • Vandaag gaan we trainen op de drop, een speler speelt enkel drops, de andere speler gaat lobben. 
  3. druppel
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3] van de regen in de drop komen
van iets vervelends in iets nog ergers komen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
droppen

drop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
    • Ik drop. 
  2. gebiedende wijs van droppen
    • Drop! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
    • Drop je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen



Engels

Zelfstandig naamwoord

drop

  1. druppel

Werkwoord

to drop

  1. laten vallen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen