drop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drop
1 enkelvoud meervoud
naamwoord drop droppen
verkleinwoord dropje dropjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord drop drops
verkleinwoord dropje dropjes

Zelfstandig naamwoord

drop v/m/o

  1. zwart gekleurd snoepgoed gemaakt van o.a. zoethoutextract, bindmiddel, suiker. (jap: Vlaams).
  2. (badminton) slag waarmee de shuttle vlak achter het net wordt gespeeld
    Vandaag gaan we trainen op de drop, een speler speelt enkel drops, de andere speler gaat lobben.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
droppen

drop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
    Ik drop.
  2. gebiedende wijs van droppen
    Drop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
    Drop je?

Meer informatie



Engels

Zelfstandig naamwoord

drop

  1. druppel

Werkwoord

to drop

  1. laten vallen.