achteruitgang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • ach·ter·uit·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achteruitgang achteruitgangen
verkleinwoord achteruitgangetje achteruitgangetjes

Zelfstandig naamwoord

achteruitgang m

  1. uitgang aan de achterzijde.
    De bezoekers van het brandende café wisten via de achteruitgang te ontsnappen

achteruitgang m

  1. het verminderen van de situatie, afname, het komen in een ongunstiger toestand
    De oude tante was weer flink achteruitgegaan, maar leefde intussen nog wel.
Verwante begrippen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen