droppen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drop·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘afzetten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
droppen
dropte
gedropt
zwak -t volledig

Werkwoord

droppen

  1. ergatief druppen, druppelen
    • Het water dropte van het dak af. 
  2. overgankelijk iemand ergens afzetten
    • Ze dropten hen bij de disco. 
  3. overgankelijk uit een vliegtuig laten neerkomen
    • Hij werd op 2 km hoogte gedropt. 
  4. (badminton) de shuttle zeer kort over het net slaan
    • Bij rolstoelbadminton mag er niet gedropt worden. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

droppen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord drop
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen