afleveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van leveren met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afleveren
leverde af
afgeleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

afleveren

  1. (ditransitief) brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming
    De koelkast werd thuis afgeleverd.
Synoniemen
Vertalingen