afgeven
Uiterlijk
- af·ge·ven
- samenstelling van af bw en geven ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afgeven |
gaf af |
afgegeven |
| klasse 5 | volledig | |
afgeven
- overgankelijk achterlaten op de plek van bestemming
- Gevonden voorwerpen kunnen worden afgegeven bij de conciërge.
- ▸ Dat vond ik leuk om te doen, maar mijn voornaamste taak draaide om een brievenbak op mijn bureau die vol lag met brieven die ik moest uittikken en bij Pamela afgeven.[1]
- inergatief bij aanraking een substantie afscheiden
- Kijk uit hoor, die muur geeft af.
- De rode handdoek heeft in de was afgegeven, nu hebben we allemaal roze onderbroeken.
- ~ op: iets of iemand niet goed vinden en dat ook zeggen
- Zij geven altijd af op hun ouders.
- [1] afleveren
1. achterlaten op de plek van bestemming
2. bij aanraking een substantie afscheiden
in te delen vertalingen
- Het woord afgeven staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afgeven" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
afgeven
afgeven
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 5 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Werkwoord in het Nedersaksisch
- Woorden in het Oost-Fries
- Werkwoord in het Oost-Fries