dief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kippendief gepakt door hond

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dief
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘iem. die steelt’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dief dieven
verkleinwoord diefje diefjes

Zelfstandig naamwoord

dief m

  1. iemand (persoon of dier) die steelt
    • Met de lokfiets kan de politie via een Google Maps-achtig systeem zien waar de dief de tweewieler naartoe brengt. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • als een dief in de nacht
onverwacht, zonder waarschuwing vooraf
• Terwijl hij aandachtig luisterde, overviel het zinloze van zijn actie hem als een dief in de nacht. [4] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dieven

dief

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dieven
    • Ik dief. 
  2. gebiedende wijs van dieven
    • Dief! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dieven
    • Dief je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie


Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord dief diewe

Zelfstandig naamwoord

dief

  1. dief


Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

dief

  1. dief; iemand (persoon of dier) die iets steelt