onverwacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·wacht
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onverwacht onverwachter onverwachtst
verbogen onverwachte onverwachtere onverwachtste
partitief onverwachts onverwachters -

Bijvoeglijk naamwoord

onverwacht

  1. niet van tevoren zien aankomen
    Door een onverwacht overlijden van mijn moeder kon ik niet naar de voetbalwedstrijd.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie