schelm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schelm
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘deugniet’ voor het eerst aangetroffen in 1557 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord schelm schelmen
verkleinwoord schelmpje schelmpjes

Zelfstandig naamwoord

schelm m

  1. (scheldwoord) schurk
  2. deugniet

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen