Naar inhoud springen

stelen

Uit WikiWoordenboek
  • ste·len
  • [A] Van Middelnederlands stelen, van Protowestgermaans *stelan; dit weer van Protogermaans *stelaną. Verdere herkomst onzeker. In de betekenis van ‘heimelijk wegnemen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
  • [B] Verbalisering van steel [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stelen
stal
gestolen
klasse 4 volledig

stelen

  1. overgankelijk (misdaad) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
    • Het bleek dat zijn mobieltje gestolen was door Ronald. 
     door het voeren van kleine acties tegen de vijand, zoals het onklaar maken van verbindingsdiensten, het bevrijden van gevangenen, het saboteren van Duitse maatregelen tegen de burgerbevolking, het stelen van wapens, het verschaffen van inlichtingen aan de geallieerden, het onttrekken van goederen aan de Duitse roofzucht; een en ander op een wijze, waarop mogelijke represailles worden voorkomen of althans beperkt en te verantwoorden zijn in verhouding tot de behaalde successen.[2]
  • Dat kan me gestolen worden
Daar geef ik helemaal niets om
  • Om te stelen zijn
Erg mooi zijn en/of veel waarde bezitten; (van personen) Uiterlijk erg knap of sympathiek zijn of overkomen
  • De show stelen
Van iedereen het meeste succes in iets hebben; alle aandacht en bewondering naar zichzelf toe trekken
 Scheervlucht langs Neptunus is sluitstuk van Voyager-missie Jupiter was reusachtig, Saturnus was magistraal, Uranus was mysterieus, maar Neptunus lijkt toch de show te gaan stelen in de twaalf jaar durende ontdekkingsreis van de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 2.[3]
  • Iemand de woorden uit de mond stelen
Iets al eerder dan iemand anders zeggen
  • Iemands hart stelen
Zorgen dat iemand heel veel van je houdt
  Ik kon me nauwelijks voorstellen dat het landschap nog mooier kon worden, maar hoe noordelijker ik kwam hoe indrukwekkender de uitzichten werden. De Northern Cascades tussen Seattle en Vancouver waren uitzonderlijk mooi, Washington had mijn hart gestolen. [4] 
  Een gezin uit Engeland stal mijn hart toen het jongste dochtertje de hele tijd met mij wilde hoelahoepen. [5] 
  • Met de ogen stelen
Iets aanleren door te kijken hoe een ander het doet
  • Stelen als de raven
Een beruchte dief zijn
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
varen
steelde
gesteeld
zwak -d volledig B

[B] stelen

  1. overgankelijk (van een vrucht of blad) ontdoen van wat nog is overgebleven van de verbinding met de stengel
  2. overgankelijk van een steel voorzien

destelenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord steel
     Ze hebben iets onschuldigs, alsof ze niet weten dat hun stelen zijn afgesneden en dat ze morgen al beginnen te verwelken.[6]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
  1. "stelen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  3. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  4. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  5. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  6. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
stelen stal stolen gestolen
 klasse 4  volledig   

stelen [1], [2]

  1. stelen
    «Daer ic die worst in hadde ghestolen»[3]
    Waarin ik de worst had gestolen.
  2. heimelijk wegsluipen
  3. stiekem iets doen