Naar inhoud springen

bandiet

Uit WikiWoordenboek
  • ban·diet
enkelvoud meervoud
naamwoord bandiet bandieten
verkleinwoord bandietje bandietjes

debandietm

  1. (scheldwoord) iemand die misdaden pleegt
    • Ze zouden die bandiet een lange tijd op moeten sluiten. 
  2. (in afgezwakte betekenis) deugniet, schavuit [2], vooral gebruikt voor kinderen
  3. (verouderd) struikrover
  • eenarmige bandiet
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]