Naar inhoud springen

dagdeel

Uit WikiWoordenboek
Versie door Snorrebot (overleg | bijdragen) op 13 jun 2019 om 09:14 (→‎top: vervanging sjabloon samenstelling)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dag·deel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dagdeel dagdelen
verkleinwoord dagdeeltje dagdeeltjes

Zelfstandig naamwoord

dagdeel o

  1. (tijdrekening) een gedeelte van een dag.
  2. (tijdrekening) een halve werkdag.
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be