gunstig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gun·stig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gunstig gunstiger gunstigst
verbogen gunstige gunstigere gunstigste
partitief gunstigs gunstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gunstig

  1. ten voordeel strekkend
    • Regelmatig slikken van vitamines heeft een gunstige invloed op de gezondheid. 
     Ironisch genoeg was de man die geholpen had deze gunstige verandering tot stand te brengen de gek Hermann Gôring, die zelfs vicevoorzitter was in die nazipartij met de stormtroepen waarvan ze zich nu de complete naam niet kon herinneren. De afkorting was in elk geval NSDAP.[2]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. gunstig op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be