gave

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ve
enkelvoud meervoud
naamwoord gave gaven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gave

  1. een bijzondere aanleg
    Het goed kunnen onthouden van namen is echt een gave.
  2. een geschenk
  3. (religie) een geschenk van God, van een godheid
Synoniemen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
de Pest
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

gave

  1. verbogen vorm van de stellende trap van gaaf