zegening

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ge·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zegening zegeningen
verkleinwoord zegeningetje zegeningetjes

Zelfstandig naamwoord

zegening v

  1. weldaad, gunst.
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie