gunst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gunst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gunst gunsten
verkleinwoord gunstje gunstjes

Zelfstandig naamwoord

gunst v

  1. het vrijwillig verlenen van een dienst of goed aan iemand om iemand ter wille te zijn
    Wil je mij een gunst doen en mij even helpen?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen