zelf

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf

Aanwijzend voornaamwoord

zelf

  1. in eigen persoon.
    Zeg nou zelf, zou ik ooit zoiets doen?
  2. in tegenstelling met iets anders.
    Hij was zelf echter niet geraakt door de kogel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen