zelf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: zelf (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /zɛɫf/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /zɛlf/
Woordafbreking
- zelf
Aanwijzend voornaamwoord
zelf
- in eigen persoon.
- Zeg nou zelf, zou ik ooit zoiets doen?
- in tegenstelling met iets anders.
- Hij was zelf echter niet geraakt door de kogel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. in eigen persoon
2. in tegenstelling met iets anders