zelfbeklag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·be·klag
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfbeklag -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zelfbeklag o

  1. het bejammeren van de eigen omstandigheden
    Zijn eindeloze zelfbeklag hangt me de keel uit.