zelfverzekerd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·ver·ze·kerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zelfverzekerd zelfverzekerder zelfverzekerdst
verbogen zelfverzekerde zelfverzekerdere zelfverzekerdste

Bijvoeglijk naamwoord

zelfverzekerd

  1. vol zelfvertrouwen
    Hij nam zelfverzekerd het woord.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen