zelfontplooiing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·ont·plooi·ing
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfontplooiing -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zelfontplooiing v

  1. op eigen houtje de eigen vermogens verder ontwikkelen
    Hij bevorderde zijn zelfontplooiing door veel te reizen en te lezen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen