zelfrijzend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·rij·zend
stellend
onverbogen zelfrijzend
verbogen zelfrijzende

Bijvoeglijk naamwoord

zelfrijzend

  1. de eigenschap hebbend een baksel luchtig te maken zonder het deeg eerst met gist te laten rijzen
    Dit bakmeel is zelfrijzend, omdat het carbonaat bevat.