zelfbeeld

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zelf·beeld
enkelvoud meervoud
naamwoord zelfbeeld zelfbeelden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zelfbeeld o

  1. de dunk die men van zichzelf heeft
    Door die gebeurtenis liep zijn zelfbeeld een flinke deuk op.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen