mijzelf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mij·zelf

Persoonlijk voornaamwoord

mijzelf

  1. eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van mij
    Dat raakte mijzelf niet.
  enkelvoud meervoud
verplicht keuze verplicht keuze
1e persoon mij
me
mijzelf
mezelf
ons onszelf
2e persoon
(informeel)
je jezelf je jezelf
2e persoon
(formeel)
zich zichzelf zich zichzelf
2e persoon
(regionaal)
u uzelf u uzelf
3e persoon
zich zichzelf zich zichzelf

Wederkerend voornaamwoord

mijzelf

  1. eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van mij
    Ik heb mijzelf eens flink verwend.
Opmerkingen
  • Deze vorm kan alleen gebruikt worden als de reflexiviteit optioneel is, dat wil zeggen dat het werkwoord zowel wederkerend als niet-wederkerend gebruikt kan worden.
Verwante begrippen