weg

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg
enkelvoud meervoud
naamwoord weg wegen
verkleinwoord weggetje weggetjes

Zelfstandig naamwoord

weg m

  1. een smalle strook grond voor het verkeer.
    Je mag enkel op de weg rijden, niet op het fietspad!
  2. een middel om iets te bereiken.
    Waar een wil is, is een weg.
  3. een route.
    Ik zoek de kortste weg naar Amsterdam.
Vertalingen

Bijwoord

weg

  1. verwijderd van de huige plaats.
    Hij liep van huis weg.
  2. onvindbaar.
    Het kan toch niet zomaar weg zijn?
  3. een voortgang uitdrukkend.
    Het ging fout, want hij deed het allemaal in het wilde weg.
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/weg"
Persoonlijke instellingen