omweg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·weg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van weg met het voorvoegsel om-.
enkelvoud meervoud
naamwoord omweg omwegen
verkleinwoord omweggetje omweggetjes

Zelfstandig naamwoord

omweg m

  1. de weg die langer is dan de gewone of kortste verbinding tussen twee plaatsen
    Omdat de weg ten gevolge van een ongeluk was afgesloten, moest men een omweg maken om op de plaats van bestemming te komen.
  2. nodeloze omhaal van woorden
    Met veel omwegen trachtte de man zijn plannen duidelijk te maken.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen