wegdoen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈwɛɣ.dun/
Woordafbreking
- weg·doen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wegdoen |
deed weg |
weggedaan |
| onregelmatig | volledig | |
Werkwoord
wegdoen
- (overgankelijk): niet langer behouden
- Ga jij die troep nu eindelijk eens wegdoen?
- (overgankelijk): zich ontdoen van
- (overgankelijk): uitwissen, uitvegen
- (overgankelijk): wegbrengen
- (informeel) (overgankelijk): (m.b.t. personeel) ontslaan