wegdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈwɛɣ.dun/
Woordafbreking
  • weg·doen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegdoen
deed weg
weggedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

wegdoen

  1. (overgankelijk): niet langer behouden
    Ga jij die troep nu eindelijk eens wegdoen?
  2. (overgankelijk): zich ontdoen van
  3. (overgankelijk): uitwissen, uitvegen
  4. (overgankelijk): wegbrengen
  5. (informeel) (overgankelijk): (m.b.t. personeel) ontslaan
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen