terugweg
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·weg
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terugweg | terugwegen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
terugweg m
- de weg waarlangs men terug reist
- Op de terugweg kunnen we lang doorrijden, omdat er een bed ons wacht.