terugweg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord terugweg terugwegen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

terugweg m

  1. de weg waarlangs men terug reist
    Op de terugweg kunnen we lang doorrijden, omdat er een bed ons wacht.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen