weglopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lopen met het voorvoegsel weg-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weglopen
liep weg
weggelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

weglopen

  1. (ergatief) een plaats verlaten
    Hij is net weggelopen.
  2. (ergatief) ~ van iemand of iets verlaten (al dan niet lopend)
    Hij was van huis weggelopen.
Vertalingen