wegzetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈʋɛx.zɛ.tə(n)/
Woordafbreking
- weg·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wegzetten |
zette weg |
weggezet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
wegzetten
- (overgankelijk): ter zijde zetten
- (overgankelijk): op zijn plaats zetten
- (overgankelijk): iemand onterecht kwalificeren als ongeschikt of onbekwaam om hem of haar buiten spel te zetten
- Het werd de politicus kwalijk genomen dat hij de andere kandidaat als een "brekebeen" probeerde weg te zetten.