wegzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegzetten
zette weg
weggezet
zwak -t volledig

Werkwoord

wegzetten

  1. (overgankelijk): ter zijde zetten
  2. (overgankelijk): op zijn plaats zetten, wegbergen om te bewaren
  3. (overgankelijk): iemand onterecht kwalificeren als ongeschikt of onbekwaam om hem of haar buiten spel te zetten
    Het werd de politicus kwalijk genomen dat hij de andere kandidaat als een "brekebeen" probeerde weg te zetten.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen