afwezig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- af·we·zig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | afwezig | afweziger | meest afwezig |
| verbogen | afwezige | afwezigere | meest afwezige |
Bijvoeglijk naamwoord
afwezig
- het niet op een bepaald tijdstip en plaats zijn
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. niet op een bepaald tijdstip en plaats zijn