verkeer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·keer
enkelvoud meervoud
naamwoord verkeer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verkeer o

  1. het geheel van verplaatsingen waarbij goederen of personen vervoerd worden
    Het verkeer op de A4 staat volledig vast.
  2. omgang b.v. geslachtsverkeer
  3. (communicatie) het overbrengen van berichten via een communicatiekanaal (post, telefoon, telegram etc.) -> dataverkeer
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
verkeren

verkeer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkeren
    Ik verkeer.
  2. gebiedende wijs van verkeren
    Verkeer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkeren
    Verkeer je?