lid

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lid
enkelvoud meervoud
naamwoord lid leden
verkleinwoord lidje lidjes

Zelfstandig naamwoord

  1. iemand die behoort tot een groep of organisatie.
    De NCRV heeft nieuwe leden nodig om deze te kunnen blijven uitzenden!
  2. deel van een paragraaf van een wetsartikel.
    De tekst van art. 269, derde lid, b), is van toepassing vanaf 10.01.2005.
  3. penis
  4. ooglid
  5. vrij beweeglijk deel van het lichaam.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Afrikaans

enkelvoud meervoud
lid lede

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. lid

Engels

Zelfstandig naamwoord

lid

  1. deksel
Synoniemen
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/lid"
Persoonlijke instellingen