lid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lid | leden |
| verkleinwoord | lidje | lidjes |
Zelfstandig naamwoord
- iemand die behoort tot een groep of organisatie.
- De NCRV heeft nieuwe leden nodig om deze te kunnen blijven uitzenden!
- deel van een paragraaf van een wetsartikel.
- De tekst van art. 269, derde lid, b), is van toepassing vanaf 10.01.2005.
- penis
- ooglid
- vrij beweeglijk deel van het lichaam.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand die behoort tot een groep of organisatie
4. ooglid
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| lid | lede |
Zelfstandig naamwoord
lid
Engels
Zelfstandig naamwoord
lid