kanselier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kan·se·lier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kanselier | kanseliers |
| verkleinwoord | kanseliertje | kanseliertjes |
Zelfstandig naamwoord
kanselier m
- een verkorte term voor bondskanselier
- De kanselier van Duitsland moest er nog eens goed over nadenken.
- het hoofd van een kanselarij
- Reeds de Romeinse keizers hadden kanseliers in dienst.
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
te controleren vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.