groep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- groep
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | groep | groepen |
| verkleinwoord | groepje | groepjes |
Zelfstandig naamwoord
groep v
- uit meerdere personen, dieren of eenheden bestaand geheel
- Een groep Japanse toeristen stond volop foto's te nemen.
- (elektrotechniek) deel van een installatie dat afzonderlijk is beveiligd
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. uit meerdere personen of eenheden bestaand geheel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.