deksel

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dek·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord deksel deksels
verkleinwoord dekseltje dekseltjes

Zelfstandig naamwoord

deksel m of o

  1. een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken.
    Ligt het deksel op de pan?
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen