ridder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rid·der
Woordherkomst en -opbouw
- Net als "ruiter" afgeleid van het werkwoord rijden.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ridder | ridders |
| verkleinwoord | riddertje | riddertjes |
Zelfstandig naamwoord
ridder m
- (geschiedenis), (adel) oorspronkelijk een bereden en bepantserde soldaat (ruiter) die de ridderslag ontvangen had
- Ridders waren soldaten die heel erg trouw waren aan hun heer of koning.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ridderen |
ridder
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ridderen
- Ik ridder.
- gebiedende wijs van ridderen
- Ridder!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ridderen
- Ridder je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
ridder
Deens
Zelfstandig naamwoord
ridder
Nedersaksisch
Zelfstandig naamwoord
ridder
Noors
Zelfstandig naamwoord
ridder
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Geschiedenis in het Nederlands
- Adel in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Adel in het Afrikaans
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Adel in het Deens
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Adel in het Nedersaksisch
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Adel in het Noors