ooglid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oog·lid
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van oog en lid.
enkelvoud meervoud
naamwoord ooglid oogleden
verkleinwoord (ooglidje) (ooglidjes)

Zelfstandig naamwoord

ooglid o

  1. (anatomie) een beschermend vlies van huid dat over de ogen bewogen kan worden
    Als je met je ogen knippert, beweeg je je ooglid over je ogen.
Vertalingen

Meer informatie