Naar inhoud springen

winnen

Uit WikiWoordenboek
  • win·nen
  • In de betekenis van ‘overwinnaar zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350 [1]
  • In de betekenis van ‘verwerven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1237 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
winnen
won
gewonnen
klasse 3 volledig

winnen

  1. overgankelijk als beste partij uit een wedstrijd komen
    • Hij won het schoolkampioenschap hardlopen. 
  2. overgankelijk iets verkrijgen voor een goede prestatie
    • Hij won de bronzen medaille bij de Olympische Spelen. 
     De wijn uit het Rhônedal heeft de afgelopen decennia aan prestige gewonnen door productverbetering en slimme marketing. De Côtes du Rhône is allang geen onaanzienlijk slobberwijntje meer, maar een succesvol exportproduct.[2]
     Er rijden steeds meer Chinese elektrische auto's op de Europese wegen en dat zullen er in de toekomst niet minder worden. Het afgelopen kwartaal verscheepte China bijna twee keer zo veel auto's naar Europa in vergelijking met een jaar eerder. Dit terwijl de EU afgelopen zomer invoerheffingen op Chinese auto's invoerde om de eigen auto-industrie te beschermen. Hoe weten Chinese automerken toch steeds meer terrein te winnen in Europa?[3]
  3. overgankelijk een grondstof uit de natuur halen
    • Dat bedrijf gaat proberen goud te winnen in de Andes. 
  4. overgankelijk iemand ~ voor: iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten
    • Deze politicus bleek niet te winnen voor het plan. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. 1 2 "winnen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron
    Aïda Brands
    “Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • Afgeleid van het Middelhoogduitse wenen

winnen

  1. opbrengen, opvoeden, verzorgen
  • Afgeleid van het Angelsaksische winnan

winnen

  1. vechten tegen (iets)
  2. overwinnen
  • Afgeleid van het Oudsaksische winnan

winnen

  1. winnen
  • Afgeleid van het Oudnederlandse winnan

winnen

  1. winnen
  • Afgeleid van het Middelnederduitse winnen

winnen

  1. winnen

winnen

  1. (Münsterlands) winnen