bijwinnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·win·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bijwinnen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bijwinnen
won bij
bijgewonnen
klasse 3 volledig
  1. extra winst behalen
    • Volgens de Vlaamse krant De Morgen zou de regering een aftreden van Albert pas zien zitten na de cruciale verkiezingen van volgend jaar. De zes coalitiepartijen vrezen dat de relatief onervaren Filip als koning der Belgen blunders begaat. Dat zou de Vlaams-nationalistische partij N-VA in de kaart kunnen spelen. „Bij de kleinste fout van Filip zou N-VA nog procenten bijwinnen. Het is een gevoelige en een gevaarlijke zaak”, citeert De Morgen een kabinetschef. De oppositionele N-VA is nu al de grootste partij van België. [2] 
    • Het zoeken van en toelaten op surrogaat-eindpunten „leidt tot opbod”, zegt Bogaerts. Fabrikanten ontwikkelen vaak geneesmiddelen die het effect van een verwant, al bestaand middel moeten versterken. „Als je meer geeft, kun je op surrogaat-eindpunten altijd wel wat bijwinnen. Het systeem maakt dat we meer en meer middelen gaan geven.” [3] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.


Verwijzingen