verliezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lie·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kwijtraken’ voor het eerst aangetroffen in 1201 [1]
  • met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verliezen
verloor
verloren
klasse 2

onregelmatig

volledig

Werkwoord

verliezen

  1. overgankelijk iets kwijt raken
    • In 2009 heeft de politieke partij vijf procent van haar leden verloren. 
    • ‘Het was het risico waard, ik had niets te verliezen’, zegt ze aan de Toronto Star. [3] 
  2. inergatief niet winnen
  3. (eufemisme) iemand verloren hebben: iemand is gestorven
    • Ze was niet veeleisend wat betreft hun kwaliteit of herkomst. Ze had foto's van Clemenceau, Maurras, Poincaré, Jaurès, Joffre, Briand... Sinds ze haar man had verloren, die het bevel voerde over een groep geüniformeerde suppoosten in het Musée du Louvre, bezorgden grote mannen haar heftige sensaties. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken.
als iemand van uiterlijk is veranderd, maar niet van karakter; ook wanneer een mens ouder wordt, heeft die nog steeds dezelfde karaktertrekken
  • Have en goed (verliezen)
alles wat je hebt (verliezen)
  • Het verloren schaap (zijn)
de gezochte (zijn)
  • Waar niets is, verliest de keizer zijn recht.
zonder geld kan men wel iets willen, maar dan komt het er niet van
  • Zijn hebben en houwen verliezen
alles wat iemand bezit kwijtraken
  • Zijn wilde haren verliezen
minder gekke dingen gaan doen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verliezen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verlies

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen