verliezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lie·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kwijtraken’ voor het eerst aangetroffen in 1201 [1]
  • met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verliezen
verloor
verloren
klasse 2

onregelmatig

volledig

Werkwoord

verliezen

  1. overgankelijk iets kwijt raken
    • In 2009 heeft de politieke partij vijf procent van haar leden verloren. 
  2. inergatief niet winnen
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken.
als iemand van uiterlijk is veranderd, maar niet van karakter; ook wanneer een mens ouder wordt, heeft die nog steeds dezelfde karaktertrekken
  • Have en goed (verliezen)
alles wat je hebt (verliezen)
  • Het verloren schaap (zijn)
de gezochte (zijn)
  • Waar niets is, verliest de keizer zijn recht.
zonder geld kan men wel iets willen, maar dan komt het er niet van
  • Zijn hebben en houwen verliezen
alles wat iemand bezit kwijtraken
  • Zijn wilde haren verliezen
minder gekke dingen gaan doen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verliezen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verlies

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen