aanwinnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·win·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanwinnen
won aan
aangewonnen
klasse 3 volledig

Werkwoord

aanwinnen

  1. overgankelijk gebiedswinst boeken door verlanding
    • Daarbij werd ze uitstekend geholpen door Sliedrechters die op genoemde oever voortdurend land aanwonnen voor riet- en griendcultuur. 
  2. overgankelijk iets nieuws verwerven
    • Zij wonnen daardoor veel nieuwe leden aan. 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders
83 % van de Vlamingen.