Naar inhoud springen

winning

Uit WikiWoordenboek
  • win·ning
enkelvoud meervoud
naamwoord winning winningen
verkleinwoord winninkje winninkjes

dewinningv

  1. het winnen (van delfstoffen) of de vervaardiging
82 %van de Nederlanders;
66 %van de Vlamingen.[3]


winning

  1. onvoltooid deelwoord van win

winning

  1. gerundium van win