inwinnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·win·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

inwinnen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inwinnen
won in
ingewonnen
klasse 3 volledig
  1. verzamelen van met name informatie en advies
    • B. werd maandag veroordeeld tot één jaar cel voor het inwinnen van informatie om explosieven te maken. [2] 
    • De Europese Commissie gaat meer wetenschappelijk advies inwinnen bij de lidstaten over maatschappelijke thema’s die leven. Daarvoor wordt een groep van zeven onafhankelijke wetenschappers ingesteld. Deze groep kan zelf onderwerpen op de Brusselse agenda zetten, in samenspraak met de diverse academies in de 28 lidstaten. [3]  
  2. verkrijgen van wat eerst verloren is gegaan
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Floortje Rawee 24 juni 2016
  3. NRC 15 mei 2015