vlucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlucht vluchten
verkleinwoord vluchtje vluchtjes

Zelfstandig naamwoord

vlucht v/m

  1. naamwoord van handeling van vliegen: het zich door luchtruim bewegen [2]
    • De KLM annuleerde deze vlucht naar Schiphol. 
  2. een groep vliegende vogels
    • Een vlucht regenwulpen vloog daar. 
  3. naamwoord van handeling van vluchten: het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf [3]
    • Het leger sloeg op de vlucht. 
     Waar komt mijn fascinatie voor lopen vandaan? Omdat ik altijd nieuwsgierig ben naar wat er achter de horizon ligt? Is het een vlucht, een zoektocht, bewijsdrift? Misschien een klein beetje van alles, wie zal het zeggen.[4]
  4. spanwijdte, vleugelwijdte
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vluchten

vlucht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vluchten
  2. gebiedende wijs van vluchten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen