oefenvlucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oe·fen·vlucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oefenvlucht oefenvluchten
verkleinwoord oefenvluchtje oefenvluchtjes

Zelfstandig naamwoord

oefenvlucht m / v

  1. (luchtvaart) vliegtocht om de vaardigheid van een piloot te verbeteren of de betrouwbaarheid van een vliegtuig of piloot te testen
Vertalingen

Gangbaarheid