retourvlucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·tour·vlucht
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van retour vlucht]]
enkelvoud meervoud
naamwoord retourvlucht retourvluchten
verkleinwoord retourvluchtje retourvluchtjes

Zelfstandig naamwoord

retourvlucht v/m

  1. de terugvlucht
    • Op de retourvlucht kwam hij er pas achter hoe hij zijn vrouw en kinderen had gemist tijdens de lange zakenreis. 

Gangbaarheid