zwerm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een zwerm vogels.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwerm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwerm zwermen
verkleinwoord zwermpje zwermpjes

Zelfstandig naamwoord

zwerm m

  1. een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insecten
    • Onze oogst werd opgevreten door een zwerm sprinkhanen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwermen

zwerm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwermen
    • Ik zwerm. 
  2. gebiedende wijs van zwermen
    • Zwerm! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwermen
    • Zwerm je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /zwærm̩/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

zwerm m mv

  1. ongemuteerd onverkleind nominatief meervoud van zwarm.
  2. ongemuteerd onverkleind genitief meervoud van zwarm.
  3. ongemuteerd onverkleind datief meervoud van zwarm.
  4. ongemuteerd onverkleind accusatief meervoud van zwarm.