zwerm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een zwerm vogels.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwerm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwerm zwermen
verkleinwoord zwermpje zwermpjes

Zelfstandig naamwoord

zwerm m

  1. een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insecten
    Onze oogst werd opgevreten door een zwerm sprinkhanen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwermen

zwerm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwermen
    Ik zwerm.
  2. gebiedende wijs van zwermen
    Zwerm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwermen
    Zwerm je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /zwærm̩/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

zwerm m mv

  1. ongemuteerd onverkleind nominatief meervoud van zwarm.
  2. ongemuteerd onverkleind genitief meervoud van zwarm.
  3. ongemuteerd onverkleind datief meervoud van zwarm.
  4. ongemuteerd onverkleind accusatief meervoud van zwarm.