status

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord status statussen
verkleinwoord statusje statusjes

Zelfstandig naamwoord

status m

  1. (medisch) stand, toestand, dossier over patiënt in ziekenhuis
  2. aanzien in de maatschappij
  3. (juridisch) toestand met bepaalde rechtsgevolgen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
statussen

status

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van statussen
    • Ik status. 
  2. gebiedende wijs van statussen
    • Status! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van statussen
    • Status je? 

Verwijzingen