status

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord status statussen
verkleinwoord statusje statusjes

Zelfstandig naamwoord

status m

  1. (medisch) stand, toestand, dossier over patiënt in ziekenhuis
  2. aanzien in de maatschappij
  3. (juridisch) toestand met bepaalde rechtsgevolgen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
statussen

status

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van statussen
    Ik status.
  2. gebiedende wijs van statussen
    Status!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van statussen
    Status je?
Verwijzingen